Onkruid vergaat niet

onkruid - paardenbloem

Vandaag dan eindelijk de moed gevat om in de tuin te gaan werken. Of eigenlijk de oprit schoonmaken, want daar groeit het onkruid haast bij de ramen op. Als er iets is waar ik een hekel aan heb, is het wel in de tuin werken. Na een half uurtje denk ik meestal: Huh, wat verschrikkelijk dit! En schreeuwt het in mijn hoofd: Wanneer mag ik hier weg?! Ik ben er zat van!

Onkruid bestaat uit mooie bloempjes 

Vroeger voelde ik mij onkruid. Ongewenst. Niet geliefd. Opgegroeid met het gevoel dat niemand om mij gaf en dat ik dus ook niets waard was. Veel van wat ik deed werd als fout bestempeld en door al die straf en afkeuring voelde ik mij steeds waardelozer en waardelozer.

En zo groeide ik op en ging ik het leven in met een gedachte van onwaardigheid over mezelf 

Ik heb jarenlang deze gedachten over mijzelf gehad. In mijn hart was het vol met gevoelens van onwaardig zijn, er niet bij horen, er niet niet toe doen, ze hoeven me niet, ik ben niet in tel, anderen zijn mooier, weten het beter en nog veel meer zulke gedachtes spookten er rond.

Zie je wel ik ben onkruid

Waren er bijvoorbeeld 15 vrouwen die met zijn allen naar de Eva dag gingen, ze hadden een mailtje rond gedaan en ik had geen mail gehad. Meteen dacht ik, zie je wel. Ze hoeven me niet, ik hoor er niet bij enzovoort. Terwijl dat dwaze gedachten waren die in mijn hoofd spookten. Natuurlijk mocht ik gewoon mee, uiteraard word er wel eens iemand vergeten in een maillijstje en was er niets aan de hand. Maar ik voelde de afwijzing en voor mijzelf de bevestiging van mijn eigen gedachten over mezelf.

Toch was ik me niet echt bewust van de onderliggende minderwaardigheid bij mezelf en vooral overtuigd van mijn interpretatie van dit voorval.

Voor mezelf had ik een manier gevonden die mij hielp om erbij te horen. Ik overschreeuwde deze diepliggende onwaardige gevoelens door te zorgen dat ik van alles en nog wat voor anderen deed, zodat ze mij wel aardig móesten vinden.  Maak je gewoon wat onbetaalde overuren op het werk om alles wat af te krijgen, of je neemt wat werk mee naar huis, nou dan vinden ze je toch wel aardig? Als er gevraagd werd wie dit of dat wou doen en niemand zei wat, dan zei ik, ik doe ik wel. Er  ‘even’ bij doen. De clown uit hangen en wat populair en stoer doen werkte ook perfect. Alles  deed ik om er bij te horen. Langzaam maar zeker vervreemde ik steeds meer van mezelf.

Het leek een perfecte overlevingsstrategie. Waar ik bijna 40 jaar gebruik van gemaakt heb. Zo ben ik jaren over mijn eigen grenzen gegaan. Soms deed ik allerlei dingen waar ik niet echt tijd voor had, maar waar ik dan maar tijd voor maakte. Inleveren op mijn eigen tijd. Inleveren op dingen die ik voor mezelf gepland had, of schuiven en schuiven in mijn agenda zodat een ander voorging. Want ja, die anderen vragen toch iets en dan ga ik niet zeggen dat het mij eigenlijk niet past.

En na ruim 40 jaar zo geleefd te hebben dacht ik, wie ben ik zelf eigenlijk? Wat zou ik zelf graag willen doen? Wat vind ik zelf leuk? Wie ben ik eigenlijk? En dat heeft een hele zoektocht op geleverd.

Eerst mocht ik zicht krijgen op welk onrecht er was in mijn jeugd, waardoor deze gevoelens waren ontstaan. Voor mij was het gewoon mijn jeugd, want zo was het nu eenmaal. Maar nu kwam ik er achter dat ik daar wel gevolgen van had. Ik mocht ontdekken wat kinderen nodig hebben om op te groeien tot autonome volwassenen. Liefde en aandacht, geborgenheid, waardering voor wie je bent dat je er mag zijn, zoals je bent. Zodoende kwam ik tot de schrijnende ontdekking dat dat ontbrak in mijn jeugd. Wat een schril contrast met grote gevolgen. De pijn daarover en het verdriet om het onrecht moest ik dwars doorheen.

Niet om onrecht goed te praten, maar wel om verder te kijken begon ik in te zien dat ook mijn ouders gevormd waren door hun jeugd en omstandigheden. En met hun beste kunnen aan het opvoeden zijn geslagen. Dat dit niet lukte en dat er geen hulp ingeschakeld is, dat is hun verantwoordelijkheid. Wel heb ik meer begrip gekregen door mij te verdiepen in hun omstandigheden. En dat de bal nu bij mij ligt. Ik kan zelf een twist geven aan het onrecht door aan mijzelf te werken en het onrecht en de gevolgen daarvan te doorbreken.

Langzaam maar zeker mocht ik ontdekken dat ik het niet iedereen naar de zin kon maken. Dat zoiets ook helemaal niet hoeft. Niet iedereen hoeft mij aardig te vinden. Je kunt ook niet met iedereen bevriend zijn. Niet iedereen ligt mij  en dat is ok. We zijn verschillend. Met de een heb je vanzelf een klik en met de ander zal die klik er nooit komen. Dat geeft niet. Ik mag mezelf zijn en die ander mag ook zichzelf zijn. Wie dan bij wie het beste past als vrienden dat wijst zich vanzelf. Dat geeft veel ruimte en vrijheid.

En soms hebben deze gedachten toch weer vat op mij. Voel ik mij meer onkruid dan dat mooie bloempje zoals God mij geschapen heeft. Val ik weer in de valkuil en ga ik eindeloos over mijn eigen grenzen.  Dan vergeet ik weer dat God mij prachtig gemaakt heeft. En dat dat het belangrijkste is. Hij is blij met mij. Gewoon om wie ik ben, zijn geliefde kind. Iedere keer als ik weer naar deze waarheid terug ga, dit weer lees en over mezelf uitspreek dan valt het andere weer weg. Het blijft een kwestie van bij de goede bron blijven.

Want onkruid moet niet vergaan en wegkwijnen. Nee! Onkruid mag ontdekken hoe mooi ze is. Zichzelf op waarde gaan schatten. Door de ogen van God naar jezelf leren kijken

 

Een reactie plaatsen